Home
Geschiedenis
Kennel
Nesten
Resultaten
Te koop
Links
Bijzonderheden
Routeplanner

 

Eigenaar: J.P. Oosterwijk Vlietenburg 12, 2804 WS Gouda Telefoon: 0182-554282 / 06- 40067719

@mail: oosterwijk112@zonnet.nl

 

Horand von Grafrath

  Geschiedenis  

vereniging voor duitse herdersRoyal Canin DierenvoederSchäferhunde VereinRaad van Beheer op Kynologisch gebied in NederlandOnline DierenbenodigdhedenProvinciaal bestuur VDH afdeling Zuid Holland

 

 

 

 

 

 

 

De Duitse herdershonden stammen af van de bronshond, waarvan men aanneemt dat het de eerste echte schapenhoeder van Europa was.

Plaatselijk variëteiten van de herdershond kwamen ondertussen in alle mogelijke haartypen en kleuren voor. Aan het einde van de negentiende eeuw begon men, op basis van drie oude herdershondenrassen, op zeer bewuste en bekwame wijze te fokken.

Hierdoor ontstond zo langzamerhand de moderne herdershond.

De eerste geregistreerde Duitse Herder werd in 1895 geregistreerd,   (SZ1): de reu Horand von Grafrath (zie rechts boven).

De Duitse Herdershond kan worden beschouwd als de gebruikshond onder de gebruikshonden en hij krijgt overal ter wereld veel belangstelling van hondenkenners. Het is hoogstwaarschijnlijk het meest geregistreerde hondenras ter wereld, en hij wordt veel gebruikt als diensthond op verschillende gebieden.

Hoofd : Krachtig zonder grof te zijn, de neusrug loopt bijna evenwijdig aan de bovenbelijning van de schedel.  
Ogen :

Amandelvormig en iets schuin geplaatst, zo donker mogelijk en met 

een levendige uitdrukking.  

Oren :

Middelmatig groot, breed aan de basis, hoog aangezet, rechtopstaand

en naar voren gericht.  

Gebit : Schaargebit
Hals : Sterk en gespierd, de hoek ten opzichte van de romp (een horizontale lijn) bedraagt ongeveer 45%.
Lichaam :

De Duitse Herdershond is een lichtgestrekte hond. De borstkas dient 

diep te zijn en lang, met veel ruimte, de buiklijn iets opgetrokken. 

De rug en de lendenen dienen recht te zijn en matig af te lopen van de

schoft naar de achterhand. De hond moet zowel voor als achter zeer goed

gehoekt en goed bespierd zijn.

Voeten :

Kort, rond en compact, met goed gewelfde en dikke voetzolen.

De voormiddenvoeten dienen elastisch te zijn, zonder week te worden.

Staart :

Moet reiken tot het spronggewricht, wordt sabelvormig

gedragen en nooit boven de ruglijn.

Gangwerk :

De Duitse Herder is een dravende hond, wat door de goede hoekingen

en de lichtgestrekte lichaamsbouw mogelijk wordt gemaakt. 

De draf moet vrij zijn, wijd uitgrijpend, krachtig en met grote 

stuwkracht.

Vacht : Dicht, hard, recht, vlak aanliggend en met onderhaar.
Kleur : Zwart of grijs, eenkleurig of met een grijze, grijsgele of roodbruine tint
Schofthoogte : Reuen: schofthoogte 60 tot 65 cm. gewicht 30 tot 40 kg.
Teven: schofthoogte 55 tot 60 cm. gewicht 22 tot 32 kg.